Ambulante handel onder druk: waar liggen de kansen?

10 november 2025

De ambulante handel staat voor grote uitdagingen. Ondernemers worstelen met hoge investeringen, zero-emissiezones, personeelstekorten en stijgende lasten. Maar naast deze bedreigingen liggen er ook kansen, zoals privatisering en samenwerking tussen ondernemers en politiek. Dat bleek tijdens een ronde-tafeldiscussie in Spakenburg, waaraan ook de visdetailhandel deelnam.

Op vrijdag 26 september heeft de Market Food Group Hans Oosters, de commissaris van de Koning, in Spakenburg ontvangen voor een werkbezoek. Dit was onderdeel van het ambtsbezoek dat hij bracht aan de gemeente Bunschoten.  Na een presentatie en rondleiding in de bakkerijen werd de dag afgesloten met een ronde-tafelgesprek. Ondernemers, branchevertegenwoordigers, regio-organisaties en de commissaris spraken met elkaar over de kansen en uitdagingen voor de ambulante handel in Nederland onder leiding van Marc Schoonebeek (marktmeester Arnhem).

Aan tafel zaten onder andere Wilco Lokhorst (ondernemer van ’t Stoepje), Wim van Bemmel (ambulante kaasverkoper), Stefan Koelewijn (ambulante vishandelaar), Jacob Heinen (voorzitter van de Spakenburgse Vishandel vereniging), Peter de Jong (commercieel manager bij Market Food Group) en Laurens Sloot (hoogleraar ondernemerschap aan de Rijksuniversiteit Groningen), Hans Oosters (commissaris van de Koning in de provincie Utrecht) en Jaco Geurts (burgemeester van de gemeente Bunschoten).

Sterke band met klanten

Schoonebeek startte de bijeenkomst met een korte schets van de ontwikkelingen rond de markt en de rol van de ondernemers. ‘Het ondernemen zit echt in het DNA van de marktkoopman’, benadrukte hij. Sommige families staan al generaties lang op de markt. Die lange traditie zorgt voor een sterke band met klanten. Waar supermarkten vaak op prijs concurreren, draait het op de markt om persoonlijke aandacht, vakmanschap en de directe relatie tussen ondernemer en consument. Het is een vak waarin je niet alleen producten verkoopt, maar ook verhalen en vertrouwen.’

Consumentengedrag

Het consumentengedrag is door de eeuwen heen veranderd, merkt de gespreksleider op. ‘Waar klanten vroeger vooral op prijs kozen, draait het nu om herkomst, kwaliteit en beleving.’ Kaasverkoper Wim van Delden herkent dat. ‘Vroeger was het motto: “Op de markt is je gulden een daalder waard”. De klanten liepen hun rondje over de markt, vergeleken de prijzen en kochten bij de kraam waar het net iets voordeliger was. Tegenwoordig werkt dat niet meer zo. Klanten komen niet meer alleen voor de prijs, maar omdat ze je kennen, omdat ze jouw verhaal vertrouwen en omdat ze kwaliteit verwachten.’

De consument is nu bereid om geld uit te geven, maar dan moet de kwaliteit wel onderscheidend zijn, is zijn ervaring. ‘Mensen zijn bewuster, beter geïnformeerd en stellen hogere eisen.’

Schoonebeek vult aan: ‘Dat vraagt meer van de ondernemers, maar biedt ook kansen: wie investeert in kwaliteit en persoonlijk contact, bouwt een veel hechtere relatie met zijn klanten op dan vroeger.’ Wilco Lokhorst: ‘Voor ons als bakkers betekent dit dat niet alleen de geur van versgebakken brood of banket bepalend is, maar ook het verhaal erachter: de herkomst van het graan, de keuze voor duurzame ingrediënten en het ambachtelijke proces. Mensen willen weten waarom jouw brood anders is dan in de supermarkt. Dat vraagt tijd, maar het levert ook loyale klanten op.’

 

Kapitaalintensief

Naast de kritische consument zijn er nog andere uitdagingen, aldus Schoonebeek. ‘Ondernemen op de markt vraagt forse investeringen, nog los van energie, onderhoud en de inrichting. Voor ondernemers die op meerdere markten actief zijn, lopen de kosten nog verder op.’

Dat vereist weloverwogen keuzes. ‘Ga je investeren in een nieuwe wagen van een half miljoen euro, of stel je dat uit? Niemand kan je garanderen dat je de investering terugverdient. Daarbij komt dat de techniek razendsnel verandert. Als je nu instapt, loop je het risico dat je wagen over een paar jaar alweer achterhaald is. Het is dus niet alleen een financiële beslissing, maar ook een strategische: wat kan ik, wat wil ik, en hoe ziet mijn markt er over vijf of tien jaar uit? Dat maakt ondernemen op de markt kapitaalintensief én kwetsbaar.’

Zero-emissiezones

Zero-emissiezones maken de situatie extra ingewikkeld. ‘Elektrische vrachtwagens zijn vaak technisch nog niet toereikend, zeker niet wanneer er ook een aanhanger achter hangt.’

Van Bemmel reageert daarop: ‘In Utrecht mogen we straks de stad niet meer in. Dat levert enorme problemen op voor de bevoorrading. Natuurlijk, op papier klopt het allemaal: je kunt investeren in elektrische vrachtwagens. Maar er is geen rekening gehouden met het feit dat wij vaak met een zware aanhanger rijden. Dat trekt zo’n elektrische wagen niet. Waarin moet je investeren? Een nieuwe dieselwagen mag straks niet meer de stad in, maar een elektrische wagen is niet praktisch of betaalbaar. Dat zorgt voor veel onzekerheid.’

Vooral na 2030 worden grote problemen verwacht. Schoonebeek licht toe: ‘De verdiensten van de non-foodmarkt lopen terug als gevolg van alle online aanbiedingen. Die ondernemers gaan niet investeren in elektrische wagens.’ Lokhorst verwacht dat in Gouda 85% van de non-food ondernemers verdwijnt. ‘Dan raken we de diversiteit kwijt.’ Hoogleraar Laurens Sloot pleit in dat kader voor een landelijke ontheffing van het mkb.

Bereikbaarheid

Visondernemer Koelewijn snijdt nog een ander punt aan: de bereikbaarheid van de markt voor consumenten. ‘De klanten kunnen hun auto’s niet meer kwijt. Sommige markten zijn nog steeds goed bereikbaar en bieden gratis parkeren aan, terwijl er bij veel andere markten grote problemen ontstaan. Daardoor raken we veel klanten kwijtSchoonebeek knikt instemmend. ‘Daardoor zien we dat Randstedelijke markten vaak beter draaien dan de stedelijke.’

Hans Oosters is benieuwd naar de visie van de ondernemers: ‘De binnensteden vergroenen. Dat is de werkelijkheid. Daar kun je niets aan veranderen. Maar dan kijk ik ook even naar jullie, welke andere mogelijkheden zien jullie? Jullie als ondernemers weten precies hoe het zit en waar behoefte aan is. Kom zelf ook met alternatieven en oplossingen. Dan kunnen we met elkaar kijken welke mogelijkheden er zijn.

Personeelstekort

Een ander groot obstakel is het tekort aan personeel. ‘Het beeld van vroeg opstaan en werken in weer en wind schrikt af, terwijl het vak in de praktijk juist zo mooi is’, ervaart Koelewijn. ‘Als je eenmaal meeloopt, ben je verkocht. De sfeer, het contact met klanten – dat krijg je nergens anders. Het vak is sociaal, afwisselend en je ziet meteen resultaat van je werk. Maar het is moeilijk om juist jonge mensen vast te houden. Studenten vinden het prachtig werk, maar vertrekken zodra ze klaar zijn met hun studie en kiezen dan voor hun eigen carrière.’

Voor bakkers geldt hetzelfde, weet Lokhorst. ‘Waar vroeger vaak een zoon of dochter de zaak overnam, kiezen jongeren nu vaker voor een hbo-opleiding buiten de sector. De uitdaging is om het vak aantrekkelijk te maken voor nieuwe generaties. We moeten jongeren laten zien dat dit een mooi vak is.’

De commissaris van de Koning haakt daarop in: ‘Ik zie veel kansen voor het MBO. Met korte, praktijkgerichte opleidingen, maar ook met deeltijdopleidingen waarin je werken en leren combineert. Dan verdienen ze direct hun boterham én halen ze een diploma. Dat maakt het veel aantrekkelijker om te blijven. Ondernemen is meer dan alleen verkopen. Op deze manier leren ze ook belangrijke zaken, zoals marketing en boekhouding.’ Sloot vult aan: ‘Ook hbo-opleidingen zijn interessant. Denk bijvoorbeeld aan associate degrees die in twee jaar behaald kunnen worden.’

Regelgeving en opvolging

Van Bemmel loopt ook tegen de regelgeving aan. ‘Er is een groep mensen die graag een dag in de week bij zou willen verdienen, bijvoorbeeld ouders of iemand met nog een andere baan. Ze haken af, omdat ze er door de belastingregels netto te weinig aan overhouden. Dat is ontzettend zonde.’  Opleiding en instroom zijn cruciaal, benadrukt hoogleraar Laurens Sloot. ‘Als we daar niets aan doen, gaat veel vakmanschap verloren.’

Privatisering

Schoonebeek ziet kansen in professionalisering. ‘In steden, zoals Arnhem en Amsterdam, zijn stappen gezet om de organisatie van markten professioneler te maken. Amsterdam heeft als enige gemeente zelfs een apart instituut voor markten. Toch blijft in veel plaatsen de verantwoordelijkheid versnipperd. Privatisering kan daar een oplossing zijn: minder kosten voor de gemeente, meer slagkracht voor de ondernemers.’

Van Bemmel heeft positieve ervaringen met geprivatiseerde markten. ‘Wij staan op allerlei markten, zowel de gemeentelijk als geprivatiseerd markten.’ Hij merkt duidelijk verschil. ‘Op een geprivatiseerde markt, zoals in Valkenswaard, wordt er meer gekeken vanuit de ogen van de ondernemer. Er is er meer reuring en worden er gezamenlijke acties georganiseerd. De markt wordt als toeristische trekker neergezet. Daar richten ondernemers zich op promotie, klantacties en groei, terwijl de gemeente naar bestuurlijke zaken kijken, zoals veiligheid en basisvoorzieningen.’

Burgemeester Geurts ziet ook kansen in een tussenvorm: een marktcommissie met een marktmeester. ‘Dat werkt erg prettig. Hierdoor ontstaat een meer gezonde verhouding tussen ambtelijk beleid en ondernemerschap.’

Toekomstkansen

Richting de toekomst is het volgens Oosters cruciaal dat overheid en ondernemers in gesprek blijven. ‘We hebben elkaar nodig,’ benadrukt hij. ‘Maar zorg ook dat je jezelf als ondernemers goed organiseert om zo je stem in Den Haag te laten horen. Dat is ook belangrijk.’ Schoonebeek vult aan: ‘Er ís zeker toekomst voor de markt, zolang we blijven vernieuwen en samenwerken. Ondernemers hebben rijk, provincie en gemeente nodig, maar de verhouding moet wel natuurlijker worden.’ Hij besluit: ‘Het marktbedrijf gaat bewegen. Laten we vooruitdenken in oplossingen. Individueel kan een ondernemer veel bereiken, maar samen staan we sterker. Bundeling van krachten is de sleutel om de vraagstukken van vandaag en morgen aan te pakken.’

Foto’s: Market Food Group/ Nederlands Visbureau

 

Untitled-1
Untitled-1
Untitled-1