SeaNext: ‘Zorgen dat seafood als categorie scoort’

18 februari 2026

De eiwittransitie wordt vaak uitgelegd als een verschuiving van minder dierlijk naar meer plantaardig. In die discussie blijft seafood onderbelicht, aldus het Nederlands Visbureau. Met SeaNext wil de organisatie vis, schaal- en schelpdieren een logischere plek geven binnen het menu van morgen, zegt Lisa Koopman.

SeaNext is een driejarig subsidieproject binnen het Europees Fonds voor Maritieme Zaken, Visserij en Aquacultuur. ‘We kregen de subsidie in juni 2025 toegekend en zijn daarna intensief aan de slag gegaan. Inmiddels is onze website live en willen we écht naar buiten treden.’ De aanleiding ligt in dalende visconsumptie en het eiwitdebat dat sterk leunt op plantaardig. ‘In de eiwittransitie wordt vaak gesproken over een verhouding van 60 procent plantaardig en 40 procent dierlijk’, legt Lisa uit. Seafood werd daarin echter structureel niet genoemd.

SeaNext wil dat doorbreken. ‘De eiwittransitie draait niet om óf-óf, maar om en-en: minder vlees, meer variatie en meer plantaardig. Seafood is daarin een flexibel eiwit: gezond, voedzaam, veelzijdig en relevant voor flexitariërs en bewuste eters. Daarom willen we vis, schaal- en schelpdieren samen met partners uit de vissector onder de aandacht brengen als bewuste keuze. We vertegenwoordigen daarbij de hele keten, van schip tot schap: van aanvoer en handel tot verwerking en retail. De hele sector heeft immers baat bij een betere positionering.’

Twee doelgroepen

De teruglopende visconsumptie onder jonge consumenten vormt een belangrijk uitgangspunt. ‘Vooral bij 18- tot 35-jarigen is de daling zichtbaar, zo blijkt uit het jaarlijkse visconsumptieonderzoek. Juist bij deze groep zien we dat seafood steeds minder vanzelfsprekend wordt.’

Daarom kijkt SeaNext ook nadrukkelijk naar de partijen in de voedselomgeving die deze consumenten bereiken. ‘Denk daarbij zowel aan bedrijven uit de vissector als aan retailers, cateraars, chefs en school- en bedrijfskantines. Deze partijen bepalen in grote mate wat jongeren dagelijks tegenkomen.’

Onderzoek onder jongeren

Om een beter beeld te krijgen van de houding van jonge consumenten liet SeaNext onderzoek uitvoeren onder 300 jongeren van 18 tot 35 jaar. Een opvallende uitkomst is dat 87 procent geen duidelijk beeld heeft van wat de eiwittransitie inhoudt. ‘Dat vraagt om andere keuzes in communicatie. Je moet de term goed uitleggen of er zelfs helemaal van afzien.’

Ook de associaties rond verschillende eiwitbronnen spelen een rol. Uit het onderzoek blijkt dat de link tussen vis en gezondheid sterk aanwezig is: meer dan 80 procent ziet deze relatie. Tegelijk zijn er ook uitdagingen. ‘Vlees en vleesvervangers worden door jonge consumenten vaker als duurzaam gezien dan seafood.’

Duurzaamheid: ‘radicaal eerlijk’

Over de duurzaamheid van seafood zegt ze: ‘Wij kiezen ervoor om radicaal eerlijk te zijn. Dat betekent dat we niet alleen de positieve kanten benoemen, maar ook de moeilijke discussies niet uit de weg gaan. Seafood is geen homogene categorie. Je kunt seafood niet over één kam scheren. Sommige visserijmethoden hebben een hogere CO₂-uitstoot, maar in de meeste gevallen nog steeds lager dan vlees of zuivel. Dat moet je benoemen. Consumenten gaan die informatie toch vinden.’

In de huidige projectfase ligt de focus daarom nog niet op gedetailleerde productvergelijkingen, maar op het versterken van de basiskennis. ‘Het is te vroeg om volledig op productniveau te gaan vergelijken. Eerst moet duidelijk zijn hoe seafood als categorie scoort binnen de eiwittransitie.’ Daarbij kijkt SeaNext vooral naar gezondheid, CO₂-uitstoot en voedingswaarde. ‘In sommige gevallen scoren bepaalde seafoodproducten beter dan plantaardige alternatieven, maar dat moeten we altijd zorgvuldig onderbouwen. We willen niet zeggen: vis is beter dan, maar vanuit eigen kracht uitleggen waarom seafoodproducten een verantwoorde keuze kunnen zijn.’

Gesprek verbreden

SeaNext wil het gesprek over de eiwittransitie nadrukkelijk verbreden. ‘Er gebeurt veel rondom die 60 procent plantaardig, maar vrijwel niets rondom de 40 procent duurzaam dierlijk,’ zegt Koopman. ‘Dat geldt niet alleen voor seafood, maar ook voor andere dierlijke eiwitten. Met onze evenementen willen we dat gesprek op gang brengen.’

Die aanpak kreeg vorig jaar voor het eerst concreet vorm tijdens een symposium op 1 oktober, gericht op marketeers en productontwikkelaars uit de vissector. ‘We hebben daar het onderzoek gepresenteerd en vertaald naar praktische toepassingen.’ Tijdens rondetafelgesprekken en workshops gingen deelnemers aan de slag met productideeën voor generatie Z. Daarbij werd nadrukkelijk gekeken naar hoe trends in eetgedrag en beleving kunnen worden vertaald naar seafoodproducten en ervaringen.

Aansluiten bij Gen Z

Een belangrijke trend is volgens Lisa ‘show me economy’. ‘Eten is meer dan voeding, het laat zien wie je bent. Het moet aantrekkelijk zijn, deelbaar en instagrammable. Seafood past daar goed bij, maar helaas benut de sector dat potentieel nog onvoldoende. Sushi en pokébowls zijn populair omdat ze ready to go zijn en er goed uitzien, maar een witvisfilet in een plastic verpakking heeft die uitstraling niet.’

Ook eetgedrag verandert, stelt Lisa. Jongeren eten vaker verspreid over de dag. ‘Ze eten zeven tot acht keer per dag. Vis wordt nu nog vaak gezien als onderdeel van de hoofdmaaltijd, terwijl het ook perfect past in snacks of tussendoor.’

Een belangrijk onderdeel van het project is het geven van kookworkshops aan mbo- en hbo-horecastudenten. ‘We organiseren sessies rond mosselen, oesters en vis, waarbij theorie en praktijk worden gecombineerd,’ vertelt Lisa. ‘De reacties zijn positief en het kennisniveau neemt zichtbaar toe.’ Daarnaast werkt het platform aan een bewustwordingscampagne voor jonge consumenten, die in 2026 van start moet gaan. ‘Het doel is om vanuit informatie en toelichting duidelijk te maken waarom seafood een goede keuze kan zijn binnen de eiwittransitie.’

Toekomst: een bredere rol voor seafood

SeaNext loopt drie jaar. ‘Aan het eind van het project hopen we dat jonge consumenten beter geïnformeerd zijn en op basis van juiste informatie bewuste keuzes maken. En dat seafood weer wordt meegenomen in het gesprek over duurzame eiwitten.’

Volgens Lisa vraagt dat om inzet van de hele sector. ‘Seafood moet zichtbaarder en beter beschikbaar komen in retail, horeca en catering. Als producten niet goed zichtbaar zijn, worden ze simpelweg niet gekozen.’ Samenwerking met andere branches zou daarbij een logisch gevolg kunnen zijn. ‘De focus ligt nu sterk op de 60 procent plantaardig. Wij willen laten zien dat ook de invulling van die andere 40 procent aandacht verdient, mits je dat eerlijk en zorgvuldig doet.’

Untitled-1
Untitled-1
Untitled-1