Vissers bezorgd over sterfte kreeften in Oosterschelde
02 mei 2024
Kreeftenvissers zijn zeer bezorgd over de massale kreeftensterfte in de Oosterschelde. Het kreeftenseizoen is net geopend, maar er worden heel weinig kreeften gevangen. Wageningen Universiteit is een onderzoek gestart. Gekeken wordt of er giftige stoffen of zware metalen in de zieke dieren worden aangetroffen.
‘Het is dit jaar niet te vergelijken met andere jaren, zo bizar weinig’, zegt kreeftenvisser Henk Jumelet uit Bruinisse tegen Omroep Zeeland. ‘We vangen zo goed als niks. En veel kreeften zijn nog slap en ongezond ook. Normaal gesproken moet je een beetje oppassen dat ze niet in je vinger bijten, maar nu gebeurt er niks, ze zijn zwak; niet in orde.’
De oorzaak van de sterfte is onduidelijk. Onderzoekers van de Wageningen Universiteit gaan onderzoeken wat de oorzaak is. ‘Aan de buitenkant van de kreeft is niets te zien, maar veel dieren zijn slap en inactief. Er is iets aan de hand, maar we weten niet wat’, vertelt onderzoeker Jildou Schotanus tegen de NOS.
Staalslakken
De vissersgemeenschap vermoedt dat de chemicaliën uit de staalslakken de oorzaak zijn. ‘Overal waar deze slakken zijn gestort, zien we een terugloop in het mariene leven’, legt Jumelet uit. Omdat hij zich zorgen maakt over de gezondheidseffecten op mensen – ‘je wilt toch niet op je geweten hebben dat de gezondheid van consumenten wordt geschaad?’ – heeft hij zelf een bureau ingeschakeld. Om te kijken of er ‘rommel uit die staalslakken in de kreeften zit.’
Zware metalen
De kreeftensterfte begon vorig jaar al. Toen heeft Wageningen Universiteit onderzocht of er mogelijk bacteriën, virussen of parasieten in de kreeften zaten. Dat leverde toen niets op. ‘Het onderzoek nu is breder, we gaan nu ook bekijken of er giftige stoffen of zware metalen in de zieke dieren worden aangetroffen’, aldus Schotanus.
Vissers willen graag weten of er een verband is met de staalslakken die zijn gestort in de Oosterschelde. Staalslakken zijn een restproduct uit de staalindustrie. In Nederland zijn ze voornamelijk afkomstig van Tata Steel. Tata wil van dat afval af en verkoopt het via een tussenhandelaar aan aannemers. Het zijn een soort grijze stenen die worden gebruikt bij de aanleg van wegen en bij kustversterkingsprojecten, bijvoorbeeld in de Ooster- en Westerschelde.
Voorlopige stop
De provincie Zeeland eist een voorlopige stop op het gebruik van staalslakken in de Oosterschelde, zo meldt Foodlog. Staatssecretaris Vivianne Heijnen schreef in een Kamerbrief dat er ‘extra aandacht’ nodig is voor het ‘verantwoord toepassen’ van staalslakken en dat er een meldplicht komt voor het gebruik (die was er dus nog niet), maar voor de Oosterschelde is vooralsnog / onderzoek nodig’.
Jumelet begrijpt er niets van: ‘Wij vissers kleuren keurig binnen de lijntjes van de overheid. Maar Rijkswaterstaat laat de hele Oosterschelde vol vergif gooien. Daar heb ik moeite mee.’
Makkelijke prooi
De beroepsvereniging voor Zeeuwse vissers OWV is ernstig bezorgd. ’Doordat er staalslakken zijn gestort bij Kattendijke, Wemeldinge en Zierikzee en deze een plaat vormen onder water, kan de kreeft zich niet meer in een holletje verstoppen wanneer hij van schaal wisselt. Zo is het dier een prooi voor de zeehonden’, zegt voorzitter Ida Sinke tegen Omroep Zeeland.
Volgens Sinke zitten de vissers echt in zwaar weer. ‘Onze vissers zijn aan zeer strenge regels gebonden, maar terwijl we weten dat de staalslakken een bedreiging zijn, worden ze toch gestort hier in de Oosterschelde. We zouden Rijkswaterstaat willen oproepen uit voorzorg te stoppen met staalslakken, maar dat doen ze niet.’
Jumelet: ‘Als je het vergelijkt met andere jaren, dan kwam je toch elke dag wel met 25 kilo kreeften thuis. Dat is gereduceerd naar ja één, twee kilo soms drie. We hebben een winkel aan huis, daarvoor probeer ik nog wat kreeftjes voor te vangen voor de vaste klantjes natuurlijk. Normaal leverde je aan veilingen en restaurant, maar die heb ik allemaal af moeten zeggen.’
Wat de kreeftenvisser betreft is dit seizoen, dat tot midden juli duurt, eigenlijk al voorbij: ‘Dit jaar komt niet meer goed. We hopen dat er nog wat kreeften overblijven, want er zijn er nog wel die nog wel gezond zijn. En we vangen nog wel wat zaadkreeften (zwangere vrouwtjes), dat die weer terug gaan zodat zij voor nageslacht kunnen zorgen. Dan is er hopelijk nog toekomst voor de sector.’
Deel dit bericht