Zeeuws oesterseizoen van start met nieuwe FlipFarm-oester

13 oktober 2026

Het Zeeuwse oesterseizoen is officieel geopend. Fijnproevers kunnen opnieuw genieten van de platte Zeeuwse oester, de creuse, de populaire tafeloester en sinds kort ook van de FlipFarm-oester. Die wordt gekweekt in een innovatief drijvend systeem, los van de zeebodem. Het resultaat is een volle, romige oester.

Tegelijk maakt de methode het werk voor oesterkwekers minder arbeidsintensief en helpt ze schade door de Japanse oesterboorder te vermijden. Deze Aziatische roofslak zorgt al jaren voor problemen in de oesterkweek in de Oosterschelde.

Oesterkweker Jan Bout uit Bruinisse werkt nu bijna twee jaar met de FlipFarm, een systeem dat oorspronkelijk in Nieuw-Zeeland werd ontwikkeld. Hij wil er jaarlijks zo’n 500.000 oesters mee kweken. ‘Het systeem is ideaal voor onze locatie en vormt een mooie aanvulling op onze mosselhangcultuur. Zo kunnen we een volle, romige en iets kleinere oester kweken.’

Oesters kweken boven de bodem

De FlipFarm speelt in op de groeiende vraag naar oesters en biedt tegelijk een antwoord op enkele uitdagingen voor de sector. Omdat de oesters los van de bodem worden gekweekt, zijn ze beter beschermd tegen de Japanse oesterboorder.

De oesters groeien in drijvende mandjes die aan een lange lijn zijn bevestigd. Die mandjes worden regelmatig automatisch gekeerd of ‘geflipt’. Zo krijgen de oesters een bolle schelp en ontwikkelen ze veel vlees. Oesterkweker Bout: ‘In de zomer, wanneer de oesters snel groeien, worden de mandjes wekelijks geflipt. In het najaar gebeurt dat om de twee weken.’ Het kweekproces van broed tot consumptie duurt ongeveer anderhalf jaar.

Traditie en innovatie gaan hand in hand

Volgens Kees van Beveren, voorzitter van de Nederlandse Oestervereniging, toont de FlipFarm hoe traditie en innovatie steeds meer samengaan in de Zeeuwse oestersector. ‘Met bodemcultuur, tafelkweek en nu de FlipFarm zien we hoe kwekers zich voortdurend aanpassen aan veranderende omstandigheden. Welke methode ook wordt gebruikt, uiteindelijk draait het altijd om hetzelfde: een kwaliteitsoester met veel vlees en een mooi gevormde schelp.’

Die innovatie is nodig. De sector krijgt onder meer te maken met minder natuurlijke broedval, vraat door de oesterboorder en het verdwijnen van kweekmogelijkheden in de Grevelingen. ‘De Zeeuwse oestersector toont dat ze veerkrachtig met die uitdagingen kan omgaan’, aldus Van Beveren.

Oesters passen in de tijdgeest

Ook bij consumenten blijft de belangstelling voor oesters groot. Volgens Van Beveren sluiten ze goed aan bij wat consumenten vandaag zoeken. ‘Oesters passen perfect in de tijdgeest: lokaal, betekenisvol en betaalbare luxe. Jongere generaties koppelen ze bovendien aan beleving en lifestyle. Oesters eten is een ervaring die graag gedeeld wordt. Oesters zijn daarnaast een bron van natuurlijke, duurzame eiwitten die passen in de eiwittransitie.’

Untitled-1
Untitled-1
Untitled-1